Wat valt er te leren?
Doortellen en terugtellen.
Oefenverloop
Een hoeveelheid wordt stap voor stap opgebouwd.
Eerst verschijnt de dobbelsteen 4. Een seconde later de dobbelsteen
1 enz.
Het is de bedoeling dat de leerling meetelt: 4, 5,
6
Het tijdseffect ondersteunt de telling.
Voorstelling: dobbelstenen,
munten,
Spits met ... Belang van doortellen.
Het is belangrijk dat leerlingen kunnen
doortellen vanaf elk startpunt.Denk bv. aan het vlot tellen van
munten.
Daarom komen in dit scenario ook voorstellingen met munten
voor.
We tellen: 2,3,4,5. Indien de waarde groter
is dan 5, wordt doorgeteld vanaf een bankje van 5.
Tellen met sprongen
Ook bij het snel herkennen van kwadraatbeelden is
het doortellen belangrijk. Daarbij tellen we zo lang mogelijk per
2.
Bij kwadraatbeeld 7 gebeurt de opbouw als volgt: eerst
verschijnen 4 aapjes, dan 2 bij tot 6; nog 1 bij tot 7. We tellen :
4,6,7
Ook terugtellen van 10 komt aan bod. Eerst
verschijnen 10 aapjes, dan wordt 1 aapje gewist. We tellen:
10,9.