Wat valt er te leren?
Oefeningen als: 10 + 5 =15 15 -
10 = 5 15 - 5 = 10 10 - 2 = 8
Oefenverloop
|
11
De leerlingen krijgen een som (plus of
min).
De hulpvoorstelling toont de
beginhoeveelheid.
Bij een dubbele fout wordt ook het antwoord
voorgesteld.
|
|
12
De bewerking wordt voorgesteld als een sprong op
de getallenlijn.
Het vertrekpunt is 10. Er kan zowel vooruit
(plus) als terug (min) worden gesprongen.
De leerlingen kan ofwel de springer eerst laten
springen.
Hij kan ook onmiddellijk het antwoord
intikken.
Als feedback worden de getallen onder de
getallenlijn weergegeven.
|
Vleugje didactiek - Hulpvoorstellingen.
De voorstelling met de knikkers hanteren we in
vlag 7 als basisvoorstelling bij de sommen als 12 + 3.
De voorstelling met de spronglijn komt verder herhaaldelijk terug.
De 'pijlnotatie' hebben de leerlingen leren kennen in vlag 5.